Wat is een deugdelijk mens? En wat zijn wij elkaar als medemensen verschuldigd? Nu de geopolitieke wereldorde op z’n grondvesten staat te schudden en de aarde ondertussen bezwijkt aan ons consumentisme, is het niet verwonderlijk dat velen op zoek gaan naar nieuwe (of aloude!) waardensystemen en ethische wereldbeschouwingen. Blijkbaar zijn de oude morele parameters uitgelopen op populisme en consumentisme, dus moet er wel iets mis met ze zijn. Aan de vruchten herkent men immers de boom?
Elders in dit nummer kunt u een kleine polemiek lezen tussen een voorstander van verlichtingsidealen - bevrijding uit onmondigheid, gelijkheid, broederschap - en iemand die meer heil ziet in een hernieuwde doordenking van de deugdethiek. Niet langer dat vermaledijde individu voorop, maar meer oog voor het collectieve belang en de wijsheid en matigheid die daar voor het individu bij hoort. Begrijpelijk dat we in een tijd van kleptocraten, xenofoben en nihilisten ethisch aan het herijken slaan.
Het gaf me te denken: heeft de bijbel eigenlijk een deugdenleer? De mens-die-deugt wordt in de bijbel een tsaddiek genoemd, een ‘rechtvaardige’ (wee degene die ‘onschuldige’ vertaalt!). Een rechtvaardige is iemand die deugt, iemand die doet wat moet gedaan. Die doet waartoe hij is geroepen: mens te zijn coram Deo.
Ook Psalm 1 probeert die mens te omschrijven, zij het met andere woorden. In het besef dat een beeld nu eenmaal veel beter zal beklijven dan een abstract betoog over de deugd, kiest de psalmdichter de vergelijking met een boom. Een mens die deugt is als een boom, stevig geworteld, gevoed door het water van de Tora. Zo’n boommens zal zijn vruchten geven en zijn bladeren zullen nooit verwelken. Naïef-naturalistisch heeft de dichter aangevoeld dat een boom de lucht zuivert. Zonder nog iets te weten van fotosynthese of bladgroenkorrels snapt de dichter dat we het van bomen moeten hebben: doordat zij kooldioxide (CO2) omzetten in zuurstof kunnen wij ademhalen en leven. Gelukkig de mens die is als zo’n boom!
De dichter kon niet bevroeden dat het beeld in onze tijd zo sterk aan diepte winnen zou. Want als een mens nu eigenlijk iets níet is, dan is het wel een boom. Mensen zijn omgekeerde bomen: vanaf het moment dat ze ter wereld komen, beginnen ze zuurstof in te nemen en kooldioxide uit te wasemen. De levenslange omgekeerde fotosynthese is begonnen. Met elke stap die hij zet, met elke dag die hij leeft, maakt de mens zijn carbon footprint groter. De rechtvaardige boommens uit Psalm 1 mag dan niet gaan op de weg van de boosaardigen, maar de gewone sterveling zet zijn stappen vol schuldige dubbelheid. Een besef waar de christelijke leer van de erfzonde bij verbleekt: alleen al door te bestaan maakt de mens zich schuldig, want draagt hij bij aan de opwarming van de aarde. Dat geldt overigens ook voor dieren - en koeien doen daar nog een schepje methaan, een nog veel sterker broeikasgas, bovenop.
Ik ben een omgekeerde boom. En, anders dan de dieren, zal ik met dat besef moeten leven. Niet voor niets dat Luther een boom plantte. Om zichzelf te compenseren.
Mirjam Elbers is uitgever, theoloog en vaste columniste van Tegengif.